Het Ergotherapie Jaarcongres 2010 vindt plaats op woensdag 24 november 2010 in de Jaarbeurs Utrecht.
De kosten bedragen € 260,- per persoon (incl. btw). Leden van Ergotherapie Nederland krijgen korting en betalen € 220,- (incl. btw).
U kunt zich inschrijven via de knop 'inschrijven'. Na inschrijving voor het congres ontvangt u een bevestiging en separaat een factuur. Ongeveer twee weken voorafgaand aan de bijeenkomst ontvangt u een routebeschrijving en verdere informatie.
Wilt u uw poster, gepresenteerd in 2010 op een peer-reviewed wetenschappelijk congres ook op dit congres presenteren neem dan contact met op met congressen@bsl.nl. Ook (oud)-studenten worden uitgenodigd een poster van het afstudeerwerk of minorproject uit 2010 te presenteren.
Wilt u uw organisatie aan de congresdeelnemers presenteren door middel van een stand? Neem dan contact met ons op.
Bij annulering t/m 3 november 2010 wordt € 35,- administratiekosten in rekening gebracht. Na 3 november 2010 kunnen wij geen restitutie verlenen. Annulering kan alleen schriftelijk worden ingediend.
Ergotherapie bij ouderen met dementie en hun mantelzorgers
Het EDOMAH-programma
Arbeid en gezondheid
Preventie, behandeling en reintegratie : een handboek voor paramedici

Graded activity
Een gedragsmatige behandelmethode voor paramedici

Dit congres is bestemd voor ergotherapeuten.
Programma 24 november 2010
09.00 Ontvangst met koffie en thee
09.30 Opening dagvoorzitter
Bart van de Eijnde, Ergotherapie Nederland
09.40 Beroepsprofiel Ergotherapeut: maatschappelijk relevant en evidence-based!
Margo van Hartingsveldt MSc, UMC St Radboud, Nijmegen
10.10 Directe toegankelijkheid ergotherapie
Drs. Paul Boom, senior medewerker, VWS
10.40 Samenwerken is je beroep versterken. De handreiking huisartsenzorg ergotherapie.
Dr. Chris Kuiper, Hogeschool Rotterdam
11.10 Posterpresentaties
12.00 Lunch
13.00 Parallelsessies ronde 1
Sessie 1: Meten in de context (Kind en Jeugd)
Voorzitter: Karin Boeschoten, VU medisch centrum, Amsterdam
De context en de omgeving waarin het kind handelt wordt binnen de ergotherapeutische interventie in toenemende mate belangrijker en breder. Voor de inventarisatie en analyse van het handelingsprobleem zijn er meetinstrumenten nodig die in de context van het kind afgenomen worden en er zijn meetinstrumenten nodig die de context van het kind in kaart brengen. Deze sessie gaat in op het meten in en van de context van het kind.
Hoe ziet de sociale omgeving van kinderen eruit?
Ank Eijkelkamp, AMC Amsterdam
De sociale omgeving is het netwerk om een kind heen en van wezenlijke invloed op het handelen van kinderen. De sociale (en fysieke) omgeving beïnvloedt wat kinderen doen en hoe zij het doen. Hoe wordt de sociale omgeving gedefinieerd en welke omgevingsfactoren beïnvloeden het handelen? In opdracht van de afdeling revalidatie van het AMC hebben ergotherapiestudenten een literatuurstudie gedaan naar het beste meetinstrument om de sociale omgeving van kinderen van 0 – 12 jaar in kaart te brengen. Drie instrumenten blijken het meest geschikt en zullen, evenals de achterliggende theorie, worden gepresenteerd.
ToP en TOES: Test of Playfulness en Test of Environmental Supportiveness
Els Spaargaren MSc, VU medisch centrum, Amsterdam
Spel is een betekenisvolle activiteit voor kinderen. Instrumenten die zich focussen op spel kijken meestal naar motorische componenten in het spel of naar het spelniveau en het cognitief functioneren van het kind. Spelbeleving is een onderdeel van spel dat de participatie van het kind kan bevorderen en daarom derhalve belangrijk om goed in kaart te kunnen brengen. De Test of Playfulness (ToP) en de Test of Environmental Supportiveness (TOES) inventariseren het belevingsaspect van kinderen. De ToP inventariseert de ‘playfulness’ en de TOES de invloed van de omgeving hierop.
Met de WRITIC (Writing Readiness Inventory Tool In Context) meten in de klas
Margo van Hartingsveldt MSc, UMC St Radboud, Nijmegen
Schrijven is een belangrijke vaardigheid voor kinderen om mee te kunnen doen op school. Schrijfproblemen komen veel voor en hebben een negatieve invloed op schoolse prestaties en het zelfvertrouwen van een kind. Een positieve transitie van groep 2 naar groep 3 leidt tot een hoger niveau van schoolse en sociale vaardigheden. Vroege evaluatie van kinderen, om te bekijken of zij klaar zijn om te starten met het leren schrijven (writing readiness), is daarom belangrijk. In Nederland wordt daarvoor een observatie, de KOEK, gebruikt. Een systematisch literatuur review leverde geen bruikbare test voor writing readiness op en daarom is gestart met de ontwikkeling van een occupation-based meetinstrument dat afgenomen wordt in de context van het kind: de WRITIC. De presentatie gaat in op de inhoud van de WRITIC en op het ontwikkelingsproces om er een valide en betrouwbaar meetinstrument van te maken.
Sessie 2: Voor het eerst aan het werk (Arbeid en Gezondheid)
Voorzitter: drs. Joan Verhoef, Hogeschool Rotterdam
Arbeid is voor de cliënt een belangrijk onderdeel van de maatschappelijke participatie en is voor velen een zinvolle dagbesteding. De laatste jaren worden er steeds meer (ergotherapeutische) interventies ontwikkeld om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen bij uitkeringsgerechtigden met gezondheidsproblemen (WAJONG, WW, WWB, WIA, WGA, WAO). Ergotherapeuten vervullen in dit traject verschillende rollen: behandelaar, onderzoeker, jobcoach, re-integratiespecialist.
Arbeid, ergotherapie en onderzoek:
Drs. Joan Verhoef, Hogeschool Rotterdam
Vanuit de aanname dat werk een belangrijke rol vervult in het leven van volwassenen, is vanuit de kenniskring Participatie, Arbeid en Gezondheid van de Hogeschool Rotterdam een interventie ontwikkeld en geëvalueerd om jongeren met een (lichamelijke) chronische aandoening naar werk te begeleiden. Deze presentatie gaat eerst in op de betekenis van werk, en vervolgens op het evalueren van interventies door middel van wetenschappelijk onderzoek, en meetinstrumenten die daarbij gebruikt kunnen worden.
TraJect: Aan het Werk!?
Natascha van Schaardenburgh, Bureau VolZin, Rotterdam; Monique Floothuis, Erasmus MC, Rotterdam
Sinds 2007 wordt de interventie TraJect: Aan het Werk!? aangeboden in de regio Rotterdam. De interventie TraJect heeft als doel de arbeidsparticipatie te bevorderen van jongeren met een chronische aandoening, in de leeftijd van 16-25 jaar. De interventie bestaat uit een groepsprogramma en individuele begeleiding door verschillende disciplines. De kracht van deze training zit in de samenwerking en betrokkenheid van de vele partijen waaronder deelnemers, behandelteam (revalidatiearts, ergotherapeut, psycholoog en maatschappelijk werker), jobcoach van een re-integratiebedrijf, ervaringsdeskundigen (‘rolmodellen’), het UWV en gastsprekers.
De beleving van arbeidsparticipatie van mensen met chronische pijn. Een systematische review.
Dr. Wietske Kuijer-Siebelink, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Chronische pijn heeft een grote impact op het functioneren van mensen, zowel in het dagelijkse leven als in de werksituatie. Tot op heden bestaat er geen voorspellende set van factoren om ziekteverzuim te voorspellen bij mensen met chronische pijn. Echter, factoren gerelateerd aan de beleving van de persoon lijken een belangrijke rol te spelen in het voorspellen van ziekteverzuim. Om te exploreren en overzicht te krijgen over welke belevingsgerelateerde factoren geassocieerd kunnen worden met arbeidsparticipatie in een groep patiënten met chronische pijn, is er een systematische review uitgevoerd. Resultaten van deze review worden gepresenteerd en implicaties voor de (ergotherapie) praktijk bediscussieerd.
De complexe en dynamische balans tussen Arbeid en Gezondheid. Werkvelden, invalshoeken, interventies en ET competenties.
Paul van der Hulst MSc, Hogeschool van Amsterdam
De basis van deze presentatie zijn ervaringen uit een multidisciplinair onderwijsprogramma (OT, FT en ET) van 20 weken met als thema ‘Arbeid & Gezondheid’ aan de Hogeschool van Amsterdam. Vanuit enkele theoretische kaders worden antwoorden gegeven op de volgende vragen: Waar kun je werken in het veld van arbeid en Gezondheid? Welke factoren spelen een rol op micro en meso niveau? Wat zou je kunnen aanbieden aan interventies? Welke competenties heb je nodig als ergotherapeut(e)?
Sessie 3: Handelen als ET interventie in onderzoek (Mensen met chronische aandoening)
Voorzitter: Margot van Melick, AZM, Maastricht
Er is een duidelijke toename te zien in het aantal wetenschappelijke onderzoeken naar ergotherapeutische interventies waarin het handelen daadwerkelijk centraal staat. Deze sessie gaat over het inzetten van kennis over handelen bij het ontwikkelen en evalueren van ergotherapeutische interventies voor verschillende groepen cliënten. Onderzoek en praktijk gaan hand in hand.
Exposure behandeling Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS)
Drs. Marlies den Hollander, AZM, Maastricht
In het Academisch Ziekenhuis Maastricht wordt Graded Exposure toegepast bij chronische pijnpatiënten met pijngerelateerde angst waarbij psycholoog en paramedicus (ergotherapeut of fysiotherapeut) samen behandelen. In de behandeling staat het uitvoeren van activiteiten die angst oproepen centraal, zodat de patient ervaart dat de angst afneemt als de gevreesde gevolgen van het actief zijn uitblijven. In een randomized single case onderzoek (n=8) uitgevoerd bij patiënten met Complex Regionaal Pijnsyndroom Type 1, is onderzocht of de manier waarop activiteiten worden aangeboden van invloed is op de generalisatie van het geleerde in het dagelijks leven. Naast de beschrijving en resultaten van dit onderzoek wordt ingegaan op de toegevoegde waarde van betekenisvol handelen binnen Graded Exposure.
Energiek: van reconditionering naar participatie
Nanette Nab en drs. Edith Cup, UMC St Radboud, Nijmegen
Neurologische aandoeningen kunnen leiden tot afname van mogelijkheden, inactiviteit, deconditionering en afname van de kwaliteit van leven. De ergotherapie, fysiotherapie en revalidatiegeneeskunde hebben hun krachten gebundeld en een nieuw product samengesteld wat bestaan uit een indicatiestelling met gebruik van motivational interviewing en COPM en verschillende groepseducatie- en trainingsmodules om de conditie te verbeteren en weer regie te krijgen over het dagelijks leven. Een nazorgmodule heeft een belangrijke plaats om de deelnemers in staat te stellen om de herwonnen conditie te behouden en het geleerde te integreren in het dagelijks leven.
Multiple Sclerose en cliëntgecentreerde ergotherapie
Drs. Isaline Eyssen, VU medisch centrum, Amsterdam
Maakt het voor het effect van de ergotherapeutische behandeling verschil uit of je bewust cliëntgericht behandelt of niet? Om meer duidelijk hierover te krijgen is een multicenter onderzoek gestart naar het effect van cliëntgerichte ergotherapie bij patiënten met MS. Na een korte uitleg over de opzet van het onderzoek wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek & op de ervaringen van de ergotherapeuten in het gebruik van het procesmodel CPPF in de praktijk.
Sessie 4: Ergotherapie, preventie en implementatie (Ouderen)
Voorzitter: dr. Maud Graff, UMC St Radboud, Nijmegen
Preventie bij ouderen op het gebied van beperkingen in activiteiten is door het rapport van de Gezondheidsraad “Preventie bij Ouderen: focus op zelfredzaamheid” (2009) flink onder de aandacht gebracht. In deze sessie komen diverse initiatieven aan bod die preventie van beperkingen in activiteiten en van afname van participatie tot doel hebben voor zowel de oudere als zijn mantelzorger. Omdat een aantal initiatieven zich in de fase van implementatie bevinden zal daar specifiek op worden ingegaan.
Gezond Actief Ouder Worden; inhoudelijke opzet en ervaringen uit de praktijk
Miranda Kamies, Laurens Wonen Diensten Zorg, Rotterdam en Anke Heijsman, Hogeschool Rotterdam
Gezond Actief Ouder Worden is een preventief programma voor thuiswonende ouderen dat als doel heeft hen te versterken in zelfredzaamheid. De opzet is cursorisch van aard; aan de hand van een tiental thema’s verkennen ouderen wat voor hen in deze fase van het leven betekenis heeft, welke eventuele veranderingen belangrijk zijn, en hoe zij dit kunnen gaan realiseren. De cursus wordt begeleid door een ergotherapeut. Tijdens de bijeenkomsten zijn de deelnemers vooral zelf actief en is er veel ruimte voor het uitwisselen van ervaringen, (levens)verhalen en het leren van elkaar. Naast groepsbijeenkomsten vinden er individuele gesprekken bij de deelnemers thuis plaats. Door een subsidie is het mogelijk het programma op zeven plaatsen uit te voeren en onderzoek te doen naar de ervaringen.
Preventie van beperkingen bij kwetsbare ouderen
Ramon Daniels MSc, Hogeschool Zuyd Heerlen
Het programma Zorg uit Voorzorg is tussen 2008 en 2010 ontwikkeld door de Hogeschool Zuyd in samenwerking met Maastricht Universiteit en Orbis Medisch en Zorgconcern. Zorg uit Voorzorg is een interdisciplinair behandelprogramma voor thuiswonende kwetsbare ouderen gericht op het voorkomen van beperkingen in activiteiten. Het team wordt gevormd door de huisarts, praktijkondersteuner, ergotherapeut en fysiotherapeut. Het programma zet betekenisvolle activiteiten in de kern en combineert screening en assessment, cliëntgericht werken, zelfmanagement, interdisciplinair samenwerken en een toolbox met interventies (waaronder ergotherapeutische interventies). De nadruk op betekenisvolle activiteiten geeft richting aan de rol van de ergotherapie bij ouderen in de eerste lijn. De presentatie gaat over de inhoud van het programma en de resultaten van een pilot bij 50 ouderen.
Toolkit eenvoudige technologie voor ouderen
Jeanne Heijkers MSc en Frans Schoonbrood, Hogeschool Zuyd Heerlen
Van september 2009 tot november 2010 wordt een project uitgevoerd in opdracht van de gemeente Maastricht door de kenniskring ‘technologie in de zorg’ van de HS Zuyd. Het doel van het project is het ontwikkelen van een set relatief eenvoudige technologische producten en hulpmiddelen (een ‘toolkit’) die ingezet kan worden om de zelfredzaamheid en de autonomie van ouderen die zorgbehoevend worden, te ondersteunen. Daarnaast wordt een beslisboom ontwikkeld waarmee de ouderen en eventuele mantelzorgers zelf kunnen bepalen in hoeverre deze producten voor hen geschikt en nuttig zijn. Uiteindelijk hebben 100 zelfstandig wonende ouderen een ‘toolkit’ met beslisboom uitgeprobeerd. De ervaringen zijn via telefonische enquêtes verzameld. In de presentatie zullen de opzet en het verloop van het project met de resultaten gepresenteerd worden. Een vervolgscenario zal geschetst worden.
Implementeren van ergotherapie aan huis volgens het EDOMAH programma: strategieën voor de ergotherapeuten.
Marjolein Thijssen, UMC St Radboud, Nijmegen
Aan de hand van dit voorbeeld wordt geïllustreerd en bediscussieerd welke problemen een rol spelen bij thuiswonende ouderen met dementie en hun mantelzorgers en hoe de ergotherapie daarop kan inspelen met het effectief gebleken client-systeemgerichte EDOMAH programma.
14.30 Pauze
15.00 Parallelsessies ronde 2
Sessie 5: Ergotherapie en (nieuwe) cliënten: samenwerking met kinderen, families en organisaties (Kind en Jeugd)
Voorzitter: Jolien van den Houten MSc, Hogeschool Zuyd, Heerlen
Het optimaliseren van de handelingscompetentie van kinderen en van bevorderende factoren in de omgeving draagt bij tot uitbreiding van ergotherapeutische werkzaamheden in de eerste lijn en samenwerking met nieuwe doelgroepen (families en school organisaties). Dit geeft aanleiding tot herziening en vernieuwing van samenwerkingsvormen en interventies. In deze sessie worden drie aansprekende voorbeelden gepresenteerd.
Innovatieve praktijken in de eerstelijnsgezondheidzorg, een voorbeeld van gerichte afstemming van multiprofessionele samenwerking in de eerstelijn.
Dr. Sandra Beurskens en drs. Anita Stevens, Hogeschool Zuyd, Heerlen
In nauwe samenwerking tussen verschillende multiprofessionele praktijken in de regio en onderzoekers vanuit de kenniskring worden nieuwe vormen van kennisuitwisseling en samenwerking tussen ergotherapeuten en andere professionals ontwikkeld. Een van de aandachtspunten daarbinnen is de verbetering van de communicatie. De beoogde verbeterde evidence-based afstemming draagt zorg voor kwalitatief betere ergotherapeutische behandeling van kinderen in de eerste lijn.
Family-centred werken in Nederland, samenwerking met ouders
Barbara Piskur, MSc, Hogeschool Zuyd, Heerlen
Kinderen met een lichamelijke beperking participeren minder frequent en goed thuis, op school en in hun vrije tijd. Uit onderzoek is bekend dat de steun en inzet van ouders een positieve invloed heeft op de sociale participatie van hun kind. Een belangrijk doel van kinderrevalidatie is kinderen in staat te stellen om sociaal optimaal te kunnen participeren. Een benadering om dit te bereiken staat bekend als Family Centered Service (FCS) waarbij het uitgangspunt is dat het gezin betrokken wordt in de zorg voor het eigen kind. Kinderrevalidatie en de eerstelijnszorg in Nederland ontwikkelen zich steeds meer richting FCS. Toch blijkt het erg moeilijk om ouders optimaal te betrekken in de samenwerking. Tot nu toe is er zeer weinig inzicht in de ervaringen van ouders met samenwerking met professionals in de eerstelijn. Het doel van dit kwalitatief onderzoek was deze ervaringen van ouders in kaart te brengen.
Basisscholen kiezen voor Ergotherapie, samenwerking met organisaties
Saskia Hofstede, MSc en Marjon ten Velden, MSc, Hogeschool van Amsterdam
De communities van basisscholen kiezen er steeds vaker voor om gebruik te maken van de mogelijkheden die ergotherapie kan bieden. Vanuit de Hogeschool van Amsterdam wordt er in diverse deelprojecten samengewerkt met leraren, directeuren, ouders en natuurlijk de kinderen van de basisscholen. In deze bijdrage worden veel praktische voorbeelden gepresenteerd vanuit Basisscholenprojecten zoals deze bv in de Amsterdamse stadswijk de Baarsjes draaien. In de lezing worden onder andere het instrument ‘Peter de onderbeen meter’ en projecten zoals de ‘motoriek kist’ en ‘muisje Max’ gepresenteerd.
Sessie 6: Weer aan het werk (Arbeid en Gezondheid)
Voorzitter: Eline van de Woestijne-Ruit, Erasmus MC, Rotterdam
Als deskundigen op het terrein van het menselijk handelen kunnen ergotherapeuten, door inzicht in arbeid en het aanbieden van arbeidsrelevante interventies, een belangrijke bijdrage leveren gedurende alle fases van het verzuimcontinuüm: aan het werk: dreigend verzuim, verzuim, en werkhervatting. Het accent van de gerichtheid van de ergotherapeut kan verschillen van herstel, via arbeid – en omgevings-aanpassing tot belasting en de belastbaarheid-beïnvloeding. Het doel is: weer aan het werk (blijven).
Aangepast werk en verzuim door klachten aan het bewegingsapparaat
Dr. Miranda Duijn, Zon MW, Den Haag
Werken? Jazeker!
Frederieke van der Blom en Carin Fröberg, Rijnlands Revalidatie Centrum, Leiden
Revalidanten van de volwassenenrevalidatie (NAH) die terug willen keren naar hun huidige werk wordt in het Rijnlands Revalidatie Centrum de mogelijkheid geboden om, al in een vroeg stadium, een werkhervattingtraject te volgen. Tijdens een 4 maanden durend traject worden revalidant en werkgever begeleid door de ergotherapeut. Met relatief weinig inspanning vindt bij meer dan 70% van de revalidanten werkhervatting plaats. Wanneer re-integratie niet haalbaar blijkt, ervaart de revalidant het traject doorgaans positief en is het ziekte-inzicht vergroot.
Ergotherapeutische interventies binnen complexe hartrevalidatie; voorwaardenscheppend voor participatie in arbeid!?
Yvonne Curfs, Adelante-zorggroep, Heerlen
In revalidatiecentrum Adelante in Hoensbroek is de ergotherapie intensief betrokken bij de complexe klinische- en poliklinische hartrevalidatie. In de lezing is aandacht voor de ergotherapeutische interventies bij het in kaart brengen van bevorderende en belemmerende factoren voor werkhervatting bij hartpatiënten; de rol van de ergotherapeut als procesbegeleider voor de arbeidsgerelateerde hulpvraag tijdens de revalidatie en de samenwerking met “ketenpartners” waaronder de bedrijfsarts en werkgever (Wet verbetering Poortwachter). Hierbij wordt tevens vooruitgekeken naar de intenties van de op psychische en arbeidsgerelateerde(PAAHR) aspecten aangepaste richtlijnen hartrevalidatie 2010.
Met ergotherapie sneller terug naar werk
Marleen van Oosterhout
Participatieve werkplek ergonomie; effectonderzoek naar een ergotherapeutische interventie ten behoeve van terugkeer naar werk van mensen met lage rugklachten.
Sessie 7: De ergotherapeut: van behandelaar naar coach (Mensen met chronische aandoening)
Voorzitter: Ton Satink MSc, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Ergotherapie is volop in ontwikkeling en een zichtbare trend is de toename van de rol van coach. De verschuiving van behandelaar naar coach wordt vooral gestuurd door de kennis die opgedaan wordt uit wetenschappelijk onderzoek en de richtlijn ontwikkel-trajecten waarin ergotherapeuten participeren. In deze sessie wordt aan de hand van herziene en nieuwe richtlijnen en aan de hand van onderzoek naar cliënten ervaringen ingegaan op het belang van de ingezette trend.
Herziene multidisciplinaire richtlijn schizofrenie
Robbert Kruijne, AMC Amsterdam
Onlangs is de multidisciplinaire richtlijn schizofrenie volledig herzien. De presentatie zal ingaan op de belangrijkste veranderingen ten opzichte van de vorige richtlijnen een aantal vakinhoudelijke en politiek strategische discussies die hier aan ten grondslag liggen. In het tweede deel van de presentatie zal ingegaan worden op de invloed die de nieuwe aanbevelingen van de richtlijn heeft op de rol van de ergotherapeut.
Ketenzorgrichtlijn Aspecifieke Lage Rugklachten
Ton Satink MSc, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
In het najaar verschijnt de Ketenzorgrichtlijn Aspecifieke Lage Rugklachten. De richtlijn is een herziening van de oude richtlijn Lage rugklachten. Nieuw in deze richtlijn is het thema Ketenzorg en de extra aandacht voor arbeid. In de presentatie worden de belangrijkste aanbevelingen alsmede de uitdagingen en kansen voor de (nieuwe rollen van de) ergotherapie gepresenteerd.
Wij redden onszelf. Wat kan de gezondheidszorg leren van de ervaringen van echtparen met myotone dystrofie type 1?
Drs. Edith Cup, UMC St Radboud, Nijmegen
We weten steeds meer over de complexe erfelijke chronisch progressieve neuromusculaire systeem aandoening myotone dystrofie type 1, maar wat deze ziekte betekent voor het dagelijks leven van echtparen en hoe zij daarmee omgaan, daarover is heel weinig bekend. Om de zorg en revalidatie aan te kunnen sluiten bij de ervaren moeilijkheden in het dagelijks leven is een kwalitatief onderzoek uitgevoerd met vijf echtparen. Zij hebben ons rijke informatie en beter inzicht gegeven in het leven van echtparen met myotone dystrofie type 1. Deze inzichten leiden tot beter begrip en zijn van belang voor de zorg en begeleiding van echtparen met deze ziekte.
Sessie 8: Ergotherapie en mantelzorgers (Ouderen)
Voorzitter: drs Soemitro Poerbodipoero, Hogeschool van Amsterdam
De mantelzorger kan een belangrijke ondersteunende factor zijn in het leven van ouderen. Het vervullen van de rol van mantelzorger leidt tot grote veranderingen met een risico op overbelasting. De ergotherapeut kan een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van de mantelzorger. Deze sessie biedt informatie over mantelzorgers vanuit onderzoek en praktijk en geeft ook praktische handreikingen voor de ergotherapeut.
Ergotherapeutische zorg aan ouderen en hun mantelzorgers. Wat is daar bijzonder aan?
Netta van ’t Leven MSc, Hogeschool Rotterdam
Zorg aan ouderen wordt wel gezien als het verlengde van zorg aan volwassenen, maar in een lager tempo en met minder resultaten. Dit gezichtspunt betekent een verarming van de ergotherapeutische zorg aan ouderen. In deze inleiding wordt ingegaan op kenmerken van de ouderenzorg, trends en de richting waarin ergotherapeutische zorg voor ouderen zich kan en/of moet ontwikkelen. Kenmerken en trends komen terug in de begrippen multipathologie, kwetsbaarheid, transitie, activiteiten en participatie en samenwerken. Deze worden toegelicht met voorbeelden en eigen onderzoek op het gebied van ouderen met dementie en mantelzorgers. Op de vraag hoe ergotherapie voor ouderen zich moet ontwikkelen wordt geen pasklaar antwoord gegeven, maar een aanzet om dit onderwerp verder uit te werken.
Veranderingen in het dagelijks handelen van oudere echtparen: de eerste fase van een longitudinale kwalitatieve studie
Fenna van Nes Msc, Hogeschool van Amsterdam
De presentatie gaat over de resultaten van de eerste fase van een longitudinaal onderzoek met als doel het verkrijgen van meer inzicht in de wijze waarop oudere echtparen met toenemende fysieke beperkingen veranderingen in hun dagelijks handelen ervaren. De resultaten geven aan dat de betekenis van het dagelijks handelen verschuift, waarbij ‘comprimeren’ en ‘bijblijven’ een rol spelen. De mogelijke implicaties van de resultaten voor ergotherapie worden besproken.
Het verschil in perceptie van patient en mantelzorger over het functioneren van ouderen in ADL en IADL activiteiten na acute opname in het ziekenhuis.
drs Margriet Pol, Hogeschool van Amsterdam
Functieverlies van kwetsbare ouderen na acute opname in het ziekenhuis kan de kwaliteit van het leven ernstig beperken. Het inzicht krijgen in de factoren die van invloed zijn op het ontstaan en verloop van functieverlies in relatie met de (woon)omgeving van kwetsbare ouderen kan helpen bij het ontwikkelen van adequate preventieve interventies om functieverlies te voorkomen of uit te stellen en om beter zicht te krijgen welke zorg na ontslag nodig is. In samenwerking met het Academisch Medisch Centrum (AMC) is een deelonderzoek gedaan onder 460 ouderen opgenomen in het ziekenhuis en hun mantelzorgers. Gebleken is dat patiënten en hun mantelzorger soms een verschillende perceptie hebben over het functioneren van ouderen in ADL en IADL activiteiten na een acute opname in het ziekenhuis. Kan er een betrouwbaar beroep worden gedaan op de gegevens van de mantelzorger wanneer de patiënt zelf niet in staat is informatie te geven? In deze inleiding worden de resultaten van dit deelonderzoek besproken.
Mantelzorgers van thuiswonende ouderen met lichte en matige dementie: wat kun je bieden als ergotherapeut en hoe pak je dit aan.
Patricia Verstraten & Jana Zajec, UMC St. Radboud, Nijmegen
Het grootste deel van de ouderen met dementie woont thuis dankzij de hulp die mantelzorgers bieden. Elke mantelzorger handelt vanuit zijn eigen perspectief en kan problemen ervaren in zijn rol als mantelzorger. Bij het effectief gebleken client-systeemgerichte EDOMAH programma (Ergotherapie bij Ouderen met Dementie en hun Mantelzorgers Aan Huis) zijn zowel de oudere met dementie als hun mantelzorgers cliënt. In deze presentatie wordt uitgelegd hoe de ergotherapeut het perspectief en de ervaren problemen van de mantelzorger kan inventariseren. De disbalans in rollen en activiteiten en de eigen ervaren problemen in de zorgsituatie van de mantelzorger staan centraal. Daarnaast wordt besproken hoe de ergotherapeutische adviezen en instructies met de mantelzorger tot stand komen.
16.30 Afsluitende borrel
17.00 Einde
Accreditatie is aangevraagd bij Stichting ADAP, Kwaliteitsregister Paramedici.
Er zijn voor dit congres 6 punten toegekend door Stichting ADAP.
Vul hieronder uw eigen naam en het e-mailadres van uw kennis in om hem of haar op de hoogte te brengen deze bijeenkomst